Nieuws en wetenswaardigheden

rondom financiën in het onderwijs

Overige

‘Zorg dat het privacybeleid echt gaat leven’

‘Zorg dat het privacybeleid echt gaat leven’

Scholen kunnen hun privacybeleid een stevige basis geven door personeelsleden hier daadwerkelijk bij te betrekken. Samen met het management kunnen zij bekijken waar de risico’s zitten en welke vragen er leven. Het management moet niet alleen controleren of scholen zich aan de richtlijnen houden, maar personeel hiertoe ook inspireren. Verder moeten scholen zich realiseren dat informatiebeveiliging en privacy (IBP) nooit klaar zijn. Ze moeten zichzelf steeds blijven afvragen of zij de juiste dingen doen.

Deze tips komen van Mieke Engelbertink, informatiemanager bij Dynamiek Scholengroep. Zij waarschuwde in een vraaggesprek voor de website van de PO-Raad voor bepaalde commerciële partijen, die pretenderen met allerlei portals en systemen IBP te kunnen regelen. ‘IBP regel je niet met een systeem, dat moet tussen de oren van mensen komen’, aldus Engelbertink. Zij wijst scholen op de gratis Aanpak IBP van Kennisnet, de PO-Raad en VO-raad: ‘Meer is niet nodig.’

Scholen zijn wettelijk verplicht de IBP te regelen. De aanpak IBP helpt hen op weg, zodat zij de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) goed kunnen naleven.

Zo besteed je leermiddelen aan

Zo besteed je leermiddelen aan

Besturen in het vo en po investeren veel geld in leermiddelen. Scholen vallen, omdat ze gefinancierd worden door de overheid, onder de aanbestedingsplicht. Het aanbesteden van leermiddelen is vaak een flinke klus waar veel bij komt kijken. Schoolbesturen verliezen die handigheid vaak ook weer, omdat ze meestal maar eens in de vier à vijf jaar aanbesteden.

Om die reden hebben Kennisnet en SIVON samen met schoolbesturen ervaringen en best practices op een rij gezet. Deze kunnen schoolbesturen helpen bij hun aanbesteding. De best practices besteden aandacht aan de verschillende fases van aanbesteding: de voorbereiding door de school; verkenning van de markt; inrichting van de aanbesteding; formulering van de vraag met behulp van een Programma van Eisen (PvE); voorwaarden in de aanbesteding; en contractmanagement.

U vindt alle tips in de publicatie ‘Best practices voor het aanbesteden van leermiddelen’.

Seminar op 14 januari: save the date!

Seminar op 14 januari: save the date!

Hoofden van de financiële afdeling/controllers en hoofden van HRM/personeelszaken, opgelet! U bent samen van harte welkom op een seminar op dinsdagmiddag 14 januari 2020. Op de agenda staan twee onderwerpen die voor u beiden interessant zijn.

Horlings verzorgt een update over de wet- en regelgeving met betrekking tot de jaarrekeningcontrole, met het accent op personeel-gerelateerde onderwerpen.

Organisatie-adviesbureau My Mind Farm richt verzorgt een presentatie gericht op het terugdringen van ziekteverzuim door het verbeteren van het werk/leefklimaat en onderhandelingsvaardigheden.

Tijdens de borrel na afloop is er gelegenheid tot ontmoeting en netwerken. Noteert u de datum alvast? In onze nieuwsbrief van begin november krijgt u meer informatie over het programma en de mogelijkheid tot inschrijven.

 

 

Checklist voor btw-positie commissaris

Checklist voor btw-positie commissaris

Na een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie (arrest van 13 juni 2019, zaak C-420/18) is de btw-positie van een commissaris/ toezichthouder onduidelijk. Volgens het Europese Hof verricht een lid van een RvC niet zelfstandig een economische activiteit, als hij:

– weliswaar op geen enkele wijze hiërarchisch ondergeschikt is ten aanzien van het bestuur of de RvC,

– maar noch in eigen naam, noch voor eigen rekening, noch onder zijn eigen verantwoordelijkheid handelt,

– maar handelt voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van diezelfde raad,

– en evenmin het economische bedrijfsrisico draagt, aangezien hij een vaste vergoeding ontvangt die niet afhankelijk is van zijn deelname aan vergaderingen of van zijn feitelijk gewerkte uren.

De staatssecretaris heeft inmiddels, naar aanleiding van Kamervragen over dit onderwerp, aangegeven dat het arrest naar zijn mening onvoldoende duidelijkheid biedt om een algemene, voor iedere toezichthouder geldende beleidslijn in een beleidsbesluit vast te leggen. Pas na uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in een lopende andere zaak (betreffende btw-belastbaarheid van vacatiegelden) gaat de staatssecretaris opnieuw na of het mogelijk is om de btw-plicht van toezichthouders te verduidelijken in een beleidsbesluit.

Om nu succesvol te kunnen stellen dat er geen sprake is van btw-ondernemerschap zal moeten worden nagegaan of de positie van een commissaris/toezichthouder vergelijkbaar is met die van het RvT-lid uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Om dit na te gaan kunnen de volgende vragen* worden doorlopen:

1. Kan de commissaris de aan de RvC toegekende bevoegdheden individueel en op persoonlijke titel uitoefenen?
2. Kan de commissaris persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor schade aan derden bij de uitoefening van het commissariaat?
3. Wordt de commissariaatsvergoeding vastgesteld aan de hand van daadwerkelijke deelname aan vergaderingen of gewerkte uren?
4. Kan taakverwaarlozing ertoe leiden dat de commissariaatsvergoeding lager wordt vastgesteld?
5. Doet de commissaris investeringen, zoals de aankoop van een computer, om de functie van commissaris uit te kunnen oefenen?

Indien alle bovenstaande vragen met ‘nee’ kunnen worden beantwoord, is de betreffende commissaris/toezichthouder niet (langer) aan te merken als ondernemer voor de btw (op grond van de uitkomst van het Europese arrest). Wanneer de bovenstaande vragen echter met zowel ‘ja’ als ‘nee’ worden beantwoord is de btw-positie minder duidelijk.

Indien u nog vragen heeft over dit onderwerp, kunt u contact opnemen met onze belastingadviseur Sander Gardebroek, sgardebroek@horlings.nl of 020 570 02 80.

* Deze vragenlijst verscheen eerder in de SDU-uitgave ‘belastingzaken’ in een artikel van de hand van mevrouw mr. Carola van Vilsteren.

Zelfstandige Publieke Werkgevers hopen op meer invloed met eigen stichting

Zelfstandige Publieke Werkgevers hopen op meer invloed met eigen stichting

Alle sectororganisaties binnen het onderwijs hebben samen met de decentrale overheden waarmee zij participeren in de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW), een eigen stichting opgericht. Zo willen zij hun werkgeversrol versterken en samen meer invloed kunnen uitoefenen op belangrijke thema’s als het arbeidsmarktbeleid, banenafspraken, pensioen en de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Rinda den Besten, voorzitter van de ZPW en de PO-Raad: “We kunnen onze kennis delen en onze krachten bundelen, zodat we een belangrijke gesprekpartner zijn voor onder andere het kabinet, pensioenfonds ABP en andere werkgeversorganisaties.’’

ZPW behartigt de gemeenschappelijke werkgeversbelangen van de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen, universitair medische centra, gemeenten, provincies en waterschappen.

De stichting ZPW is opgericht op 23 mei 2019. Het bestuur bestaat naast Den Besten onder andere uit vertegenwoordigers van de VO-raad, MBO Raad, VSNU en de Vereniging Hogescholen.

De samenwerking met de kabinetssectoren blijft belangrijk, onderstreept het bestuur van de nieuwe stichting. Alleen krijgen de sectoren meer mogelijkheden om beleid en nieuwe wet- en regelgeving vanuit hun rol als werkgever te beïnvloeden.

 

Vernieuwde Aanpak Informatiebeveiliging en Privacy

Vernieuwde Aanpak Informatiebeveiliging en Privacy

Informatiebeveiliging en privacy zijn belangrijk. Maar hoe regel je dat goed binnen je onderwijsorganisatie? De Aanpak IBP, een online stappenplan, ondersteunt scholen hierbij. Sinds medio mei is de Aanpak IBP helemaal vernieuwd.

De Aanpak IBP helpt scholen bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van IBP-beleid. De aanpak biedt templates voor beleidsplannen, checklisten en inzicht in alle wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden. Ook bevat de Aanpak IBP richtlijnen en tips over zaken als het regelen van cameratoezicht op school, het vragen van toestemming bij het delen van beeldmateriaal of het aanstellen van een functionaris voor gegevensbescherming.

In de Aanpak IBP is op een rij gezet wat scholen moeten weten en doen als het gaat om IBP, of het nu gaat om beleid of het gebruik van foto’s. Bij elke maatregel staat wie welke verantwoordelijkheid draagt en hoe scholen er praktisch mee aan de slag kunnen.

Na het doorlopen van het stappenplan voldoet de school aan de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Een handige begrippenlijst legt uit wat er bedoeld wordt met begrippen als autorisatiematrix, BIV-classificatie of dataportabiliteit. De gebruiker vindt ook praktische tools en downloads die helpen om IBP vorm te geven op school.
De aanpak IBP is bedoeld voor schoolbestuurders, managers of verantwoordelijken IBP, informatiemanagers, security officers, functioneel beheerders, ict-coördinatoren en kwaliteitsmedewerkers die zich bezighouden met IBP. De vernieuwde Aanpak IBP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de PO-Raad en VO-raad.

 

Minder rompslomp passend onderwijs

Minder rompslomp passend onderwijs

Met twee moties wil de Tweede Kamer de administratie rond passend onderwijs inperken. Beide zijn met brede steun aangenomen.

De eerste motie, ingediend door Lisa Westerveld (SP) en Kirsten van den Hul (PvdA), zorgt ervoor dat niet langer de leeftijd van leerlingen, maar hun ontwikkelingsperspectief bepaalt wanneer ze de school verlaten.

Vanuit de wet mogen leerlingen speciaal onderwijs volgen tot en met het jaar waarin ze twintig worden. De laatste jaren werd echter hun ontwikkelingsperspectief steeds minder meegewogen bij de beslissing of ze binnen het speciaal onderwijs mochten blijven. De samenwerkingsverbanden, die de middelen beheren, zouden te vaak de hand op de knip houden. Sommige gaven geen toelaatbaarheidsverklaringen meer uit na de achttiende verjaardag.

De tweede motie, ingediend door Eppo Bruins (CU), leidt ertoe dat een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs zo veel mogelijk wordt afgegeven voor de hele schoolperiode. Deze is nu vaak maximaal drie jaar geldig, terwijl veel leerlingen blijvende beperkingen hebben. Het voortdurend aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen kost medewerkers nu enorm veel tijd. De uitvoering van deze motie zal het speciaal onderwijs veel werk gaan schelen.

Digitale leermiddelen worden mogelijk goedkoper

Digitale leermiddelen worden mogelijk goedkoper

De Europese Commissie heeft besloten dat de btw voor digitale publicaties omlaag gaat van 21 naar 6 procent. Dat kan ertoe leiden dat digitale leermiddelen goedkoper worden.

De vraag is nu of ook digitale leermiddelen worden gerekend tot ‘digitale publicaties’. Dat hopen onderwijspartijen: het hoge belastingtarief staat namelijk het investeren in moderne, digitale leermiddelen in de weg. Het is veel goedkoper om papieren lesboeken aan te schaffen. Hiervoor hoeven scholen slechts 6 procent btw te betalen. Als digitale leermiddelen voor scholen toegankelijk en betaalbaar zijn, kunnen leerlingen makkelijker op hun eigen niveau worden uitgedaagd. Leraren krijgen zo ook sneller inzicht in de vorderingen van hun leerlingen. Met digitale leermiddelen hoeven ze minder zelf na te kijken waardoor ze meer tijd overhouden voor de leerlingen.

Het verlagen van de btw was een van de actiepunten in het manifest ‘Nú investeren in onderwijs van morgen’ van vijftien onderwijs-en marktpartijen. Dit manifest werd in januari 2017 gepresenteerd aan de politiek. Nederlandse politici waren hiervan voorstander, maar tot vandaag lagen Europese regels dwars. Dat Brussel nu groen licht geeft voor belastingverlaging op e-publicaties is een belangrijke stap op weg naar verlaging van de btw op digitale leermiddelen.

 

Advies: meer bewegen op school

Advies: meer bewegen op school

Scholen moeten leerlingen twee keer per dag een half uur laten sporten en bewegen. Dat adviseren de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in een rapport. Hun advies richt zich op het primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs.

“Het is een dwingend advies aan de verantwoordelijke ministers. We zien meer bewegen namelijk als landsbelang”, noteerde de NOS uit de mond van Michael van Praag, voorzitter van de Nederlandse Sportraad. “Het is niet alleen gezond, kinderen gaan ook beter leren en de cognitieve vaardigheden nemen toe als je af en toe beweegt.”

Scholen hoeven op dit moment geen minimaal aantal uren sport en beweging aan te bieden. Als het aan de opstellers van het rapport ligt, wordt nu wettelijk vastgelegd dat schoolgaande kinderen twee keer een half uur per dag sporten en bewegen. Hoe die tijd precies wordt besteed, is aan de scholen zelf. Maar de inspectie zou dit wel moeten kunnen controleren. Bewegen kan volgens de opstellers van het rapport worden ingebouwd in allerlei vakken.

De PO-Raad en Vereniging Hogescholen bepleiten in een brief aan de Tweede Kamer dat het belangrijk is dat de hele samenleving op dit punt zijn beste beentje voor zet. De twee organisaties vinden dat hiertoe samenwerking moet worden gestimuleerd tussen scholen, gemeenten en sportverenigingen.

 

Handreiking medisch handelen herzien

Handreiking medisch handelen herzien

Wat is de juridische positie van onderwijspersoneel bij medische handelingen? Wat kunnen leerlingen en ouders op dit punt van scholen verwachten? Dat is allemaal onduidelijk, vond D66. Onderwijswoordvoerder Paul van Meenen vroeg daarom het kabinet om deze verantwoordelijkheden te verduidelijken.

De ‘handreiking medisch handelen in het basisonderwijs’ en ‘standaard model-protocol medische handelingen op scholen’ zijn nu beide door de PO-Raad herzien en aangescherpt. De strekking: het verlenen van medische zorg valt niet onder de zorgplicht van scholen in het kader van de Wet passend onderwijs. Scholen zijn niet verplicht om medische handelingen te verzorgen en ook individueel personeel kan niet worden verplicht de handelingen te verrichten (zie ‘model-protocol medicijnverstrekking & medisch handelen op scholen’). Scholen kunnen er wel voor kiezen om medische handelingen te verzorgen. Daar zijn dan wel voorwaarden aan verbonden. In de handreiking en protocollen wordt de positie van onderwijspersoneel bij medisch handelen verder verduidelijkt.

 

Horlings Onderwijs Accountants

Bezoekadres
Kon. Wilhelminaplein 30
1062 KR Amsterdam

Contact:
Charles Rabe
Partner
E: crabe@horlings.nl
T: +31 (0)20 5700 200
W: Horlings-onderwijsaccountants.nl

Aanmelden nieuwsbrief:

Uw gegevens aanpassen?

Wij gaan uiteraard zorgvuldig en transparant met uw gegevens om. Zo kunt u hier op ieder moment de door u opgegeven gegevens inzien, muteren en aanvullen. Dat gaat veilig via uw geverifieerd emailadres.

Horlings onderwijsaccountants

Kon. Wilhelminaplein 30
1062 KR Amsterdam

 

CONTACT?

T: 020 5700 200
E: onderwijs@horlings.nl
horlings-onderwijsaccountants.nl