Nieuws en wetenswaardigheden

rondom financiën in het onderwijs

Bekostiging

Vaart achter vereenvoudiging bekostiging

Vaart achter vereenvoudiging bekostiging

Het ministerie van OCW wil vaart zetten achter het wetsvoorstel vereenvoudiging bekostiging. Zij wil het wetsvoorstel zo snel mogelijk laten behandelen in de ministerraad.

In het meest gunstige scenario zou het voorstel in juni naar de Raad van State gaan. Deze zou dan in september advies uit kunnen brengen, waarna het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer kan. Treedt er echter vertraging op, dan gaat het wetsvoorstel na de zomer naar de Raad van State. Op dit moment is invoeren van de vereenvoudiging in 2021 nog mogelijk.

Het ministerie ontwikkelt een model om berekeningen te maken met de gegevens van 2018. Daarbij wordt gekeken naar scenario’s om de herverdeeleffecten voor specifieke groepen scholen, zoals brede scholengemeenschappen met vbo, te verminderen. De berekeningen leiden uiteindelijk tot nieuwe, meer actuele tarieven.

Over de zogenaamde ‘laatste scholen’ wordt nog nagedacht. Daarbij is de vraag: hoe voorkomen we dat aanbod wegvalt, waardoor leerlingen een onverantwoord lange reistijd krijgen? Ook moet nog worden bepaald welke scholen vallen onder ‘laatste scholen’. Nog een discussiepunt: de manier van steunverlening. Daarbij zouden factoren als reistijd, aanbod en mate van krimp een rol moeten spelen. Als steun wordt verleend, zou het aantal leerlingen van de vestiging bepalend moeten zijn voor de hoogte van de steun. Hoe kleiner het aantal leerlingen, des te hoger het bedrag per leerling.

Ook over de stapeling van effecten spreekt OCW met het onderwijsveld. Hierbij gaat het erom dat scholen en samenwerkingsverbanden last hebben van negatieve financiële gevolgen van de vereenvoudiging bekostiging en bijvoorbeeld krimp of herverdeeleffecten zware zorg.

‘‘Versimpel bekostiging primair onderwijs’

‘‘Versimpel bekostiging primair onderwijs’

De PO-Raad pleit voor een versimpeling van de bekostiging van het primair onderwijs. Dat moet ertoe leiden dat schoolbesturen beter zicht hebben op hoeveel geld ze jaarlijks te besteden hebben. Ook maatschappij en politiek krijgen hierin dan beter inzicht, zegt de brancheorganisatie voor het primair onderwijs.

De huidige bekostiging is opgebouwd uit veel verschillende onderdelen, die op verschillende momenten in het jaar worden uitbetaald. Maar liefst vijftig verschillende parameters bepalen wat een schoolbestuur jaarlijks krijgt voor het onderwijs. Het totaalbedrag wordt uitbetaald als lumpsum. Schoolbesturen bepalen in overleg met hun medezeggenschapsraad waaraan ze het geld uitgeven.

Dit systeem schept regelmatig verkeerde verwachtingen, vindt de PO-Raad. De verschillende parameters worden vaak gezien als verplichtingen waaraan het geld moet worden besteed. En die verwachtingen worden niet altijd waargemaakt.

Een ander probleem is dat schoolbesturen vaak pas tijdens het schooljaar te weten komen hoeveel zij precies te besteden hebben. Soms ontvangen ze geld pas laat in het schooljaar of zelfs na afloop. Dat leidt tot misverstanden: als dit geld vervolgens niet is uitgegeven, lijkt het alsof scholen een grote reserve hebben opgebouwd.

De PO-Raad adviseert om het aantal parameters terug te brengen en scholen per kalenderjaar te bekostigen in plaats van per schooljaar. Zij staat niet alleen: ook de Onderwijsraad pleitte er onlangs voor de bekostiging te vereenvoudigen.

 

Ministers: lumpsum blijft, verantwoording moet beter

Ministers: lumpsum blijft, verantwoording moet beter

De onderwijsministers Van Engelshoven en Slob vinden dat schoolbesturen zich beter moeten verantwoorden over hun uitgaven. Zij scharen zich daarmee achter de Onderwijsraad. Als de verantwoording te wensen overlaat, schrijven zij op 15 oktober 2018 in een Kamerbrief, verliest de maatschappij haar vertrouwen. “En dat ondermijnt de grote kracht van ons onderwijsstelsel: de financiële en inhoudelijke autonomie”.

Dankzij die autonomie kunnen besturen besluiten nemen die passen bij hun omgeving. Een bestuur kan bijvoorbeeld tijdelijk extra geld uitgeven om een school van onvoldoende kwaliteit er bovenop te helpen. Zulke keuzes moet Den Haag niet maken, vinden de ministers. “Daarom zien wij de meerwaarde en het belang van de lumpsum en blijven we daarmee werken.”

Er komen echter nieuwe regels voor het afleggen van verantwoording in inzichtelijk maken van keuzes. Met behulp van verplichte en openbare benchmarks moet de informatiepositie van belanghebbenden zoals medezeggenschapsraden en raden van toezicht worden verbeterd. Met deze benchmarks kunnen scholen zich onderling ook vergelijken.

Verder raadt de Onderwijsraad aan om de vaststelling van het bedrag van de lumpsum per onderwijsbestuur te vereenvoudigen, de toereikendheid van het lumpsumbudget te evalueren en doelfinanciering te beperken. De ministers vinden ook dat bij de lumpsum terughoudendheid met doelfinanciering past. “Soms kan het echter ook nodig zijn om vernieuwing tijdelijk te stimuleren of afspraken te maken over problemen die de sector zelf nog niet voldoende aanpakt”, aldus Van Engelshoven en Slob.

Het ministerie werkt nu met de sectoren po en vo aan de vereenvoudiging van de bekostiging.

Goed nieuws voor het onderwijsveld is wellicht dat het ministerie zich afvraagt of het onderwijsbudget toereikend is om te kunnen voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen. De Onderwijsraad beveelt aan om dit te evalueren.

Onderwijsbesturen moet meer beleidsrijk gaan begroten. Hoe precies, daarover gaat OCW in gesprek met de onderwijsbesturen en sectorraden.
Verder komen medezeggenschapsraden en raden van toezicht beter in positie. De ministers hopen “dat er een cultuur ontstaat waarbinnen alle besturen willen dat het goede gesprek op gang komt over de kwaliteit van het onderwijs en hoe financiële en inhoudelijke keuzes daaraan kunnen bijdragen.”

Stakende leraren Rotterdam krijgen doorbetaald

Stakende leraren Rotterdam krijgen doorbetaald

De Rotterdamse schoolbesturen staan achter de lerarenstaking die is gepland voor 12 september. De onderwijskoepel RVKO laat namens de Rotterdamse schoolbesturen weten dat stakende leerkrachten die dag krijgen doorbetaald. Dat meldt RTV Rijnmond.

‘Wij ondersteunen deze actie en hebben daarom besloten om door te betalen’, citeert Rijnmond bestuursvoorzitter Ton Groot Zwaaftink. ‘Het is belangrijk dat er voldoende geld komt voor eerlijke salariëring van de werknemers in het basisonderwijs.’

Op woensdag 12 september staken medewerkers in het primair onderwijs in Zuid-Holland en Zeeland op initiatief van PO-front. Zij willen minder werkdruk en een even goed salaris als hun collega’s in het voortgezet onderwijs. PO-Front eist hier 900 miljoen euro voor, in plaats van de 270 miljoen euro die het kabinet hiervoor overheeft.

 

Rumoer rond macht schoolbesturen

Rumoer rond macht schoolbesturen

Regeringspartij D66 wil de invloed van onderwijsbesturen fors inperken en scholen weer direct onderwijsgeld geven. Het overheidsgeld moet direct in de klas terechtkomen.

Kamerlid Van Meenen benadrukt dat het onderwijs draait om scholen, leraren en leerlingen. “En niet om kantoren en bestuurders.”

D66 is zeer kritisch over het functioneren van de circa 1000 besturen in het basisonderwijs en 350 besturen in het voortgezet onderwijs. De besturen zijn opgericht om individuele schooldirecteuren te helpen met gezamenlijke huisvesting, administratie en personeelszaken. “Het idee was om elkaar te helpen en er zo voor te zorgen dat er geld zou overblijven voor het onderwijs”, zegt Van Meenen. Volgens hem is de macht van de onderwijskoepels te groot geworden en wordt geld uitgegeven aan de verkeerde dingen.

De PO-Raad zegt dat het door D66 geschetste beeld niet klopt. Bij de overgrote meerderheid van scholen en hun besturen gaat het gewoon goed, zegt de PO-Raad. Ze werken goed samen en geld wordt er goed besteed. Het enige echte probleem, aldus de PO-Raad, is dat de basisbekostiging niet op orde is. Deze organisatie heeft al eerder gevraagd om een parlementair onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging.

De PO-Raad: “In de Code Goed bestuur, in onze Strategische agenda en in het recenteonderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao is afgesproken dat verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd. Leraren en schoolleiders kijken zelf hoe ze het onderwijs op hun school willen organiseren. Schoolbesturen hebben daarnaast met elkaar afgesproken meer werk te maken van transparantie zodat voor iedereen inzichtelijker is waar zij hun geld aan uitgeven.”

 

Politiek: ‘Samenwerkingsverbanden potten geld op’

Politiek: ‘Samenwerkingsverbanden potten geld op’

Passend onderwijs werkt niet goed: dat vinden de coalitie- én oppositiepartijen in de Tweede Kamer. Er zijn te veel thuiszitters, ouders worden onvoldoende gehoord en het beschikbare geld komt volgens de politiek niet op de juiste plek terecht.

De kritiek richt zich onder andere op de samenwerkingsverbanden. Deze organisaties verdelen overheidsgeld voor zorgleerlingen in hun regio. Ieder samenwerkingsverband mag zijn eigen werkwijze toepassen. Voor kinderen kan het daardoor echt uitmaken in welke regio zij wonen. Dat vindt de Tweede Kamer ongewenst.

Sommige samenwerkingsverbanden potten onterecht geld op, zeggen CDA, D66, PVV en GroenLinks. Sander Dekker, de voormalige staatssecretaris van Onderwijs, constateerde tijdens zijn bewind al dat er zo’n 111 miljoen euro ongebruikt op de plank lag. De politieke partijen vergeten daarmee kritisch naar zich zelf te kijken. Immers, als je iedere keer laat en onaangekondigd een samenwerkingsverband bekostigt, geef je een samenwerkingsverband geen mogelijkheid meer om een goede bestemming te vinden voor het geld.

Veel partijen (ChristenUnie, PVV, SP, GroenLinks) willen dat de samenwerkingsverbanden meer beslissingen kunnen gaan nemen. Nu kan een leerling langdurig vast komen te zitten, omdat niemand een besluit neemt.

De Kamer vraagt minister Slob om oplossingen aan te dragen. Idee van onze zijde: wellicht kan OCW een meerjarenbegroting op laten maken over vijf jaar, zodat de samenwerkingsverbanden weten waar zij aan toe zijn en eens echt beleid kunnen maken over een langere termijn?

Kabinet gaat achterstandsgeld beter verdelen

Kabinet gaat achterstandsgeld beter verdelen

Het geld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden zal beter worden verdeeld over het land, zo heeft het kabinet besloten. Het kabinet kiest nu voor een verdeelsleutel waarmee de onderwijskansen worden vergroot van kinderen die dit het hardst nodig hebben. In het nieuwe systeem gaat ook minder meetellen waar een kind woont: er wordt meer gekeken naar het risico op een achterstand dan of het kind in een kleine of grote gemeente woont.

Voortaan wordt niet meer alleen gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders om te bepalen welk kind een risico heeft op een achterstand. Ook wordt meegewogen hoe lang het gezin in Nederland is, het herkomstland van de ouders en of ouders in de schuldsanering zitten. Met die factoren kan het risico op achterstand beter worden voorspeld, vindt het kabinet.
Het achterstandsbudget gaat met € 170 miljoen omhoog voor gemeenten. Scholen krijgen structureel € 260 miljoen. Daarmee komt het totale budget voor het bieden van onderwijskansen aan kinderen uit op € 746 miljoen.

Dat geld gaat vooral naar voorschoolse educatie. Scholen gebruiken het geld voor intensievere begeleiding van leerlingen of speciale taalklassen. Met het extra geld wil het kabinet het aanbod voor peuters uitbreiden van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit verhogen.

Wij zijn met name benieuwd hoe deze nieuwe ‘gewichtenregeling’ administratief gaat worden uitgevoerd. Deloitte heeft vast al zin in het onderzoek naar de uitvoering hiervan!

Horlings Onderwijs Accountants

Bezoekadres
Kon. Wilhelminaplein 30
1062 KR Amsterdam

Contact:
Charles Rabe
Partner
E: crabe@horlings.nl
T: +31 (0)20 5700 200
W: Horlings-onderwijsaccountants.nl

Aanmelden nieuwsbrief:

Uw gegevens aanpassen?

Wij gaan uiteraard zorgvuldig en transparant met uw gegevens om. Zo kunt u hier op ieder moment de door u opgegeven gegevens inzien, muteren en aanvullen. Dat gaat veilig via uw geverifieerd emailadres.

Horlings onderwijsaccountants

Kon. Wilhelminaplein 30
1062 KR Amsterdam

 

CONTACT?

T: 020 5700 200
E: onderwijs@horlings.nl
horlings-onderwijsaccountants.nl