Onderzoek naar effect werkdrukakkoord

Onderzoek naar effect werkdrukakkoord

Hoe pakt het werkdrukakkoord uit voor scholen? Een onderzoek door adviesbureau Oberon moet antwoord geven op die vraag. Zo moet duidelijk worden hoe de beschikbare middelen uit het werkdrukakkoord zijn ingezet en wat de effecten hiervan zijn op de ervaren werkdruk op scholen.
Het werkdrukakkoord moet de werkdruk in het primair onderwijs verminderen. Daartoe sloot de PO-Raad in het voorjaar van 2018 een akkoord met het kabinet en de vakbonden. Sinds het schooljaar 2018-2019 ontvangen scholen extra geld om werkdruk aan te pakken. Schoolteams bepalen zelf hoe zij deze middelen besteden. Daarbij heeft de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht. Het schoolbestuur legt jaarlijks verantwoording af over de besluitvorming en de besteding van de werkdrukmiddelen.
Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek door Oberon verhoogt het ministerie van OCW mogelijk dit najaar de werkdrukmiddelen.

Inspectie controleert de bijzondere bekostiging

Inspectie controleert de bijzondere bekostiging

De Inspectie van het Onderwijs controleert momenteel of de scholen in het primair onderwijs de bijzondere bekostiging in 2020 terecht hebben ontvangen. De uitkomsten hiervan kunnen gevolgen hebben voor de bekostiging. Dit onderzoek zal voortaan jaarlijks zal plaatsvinden.


Het onderzoek richt zicht op de volgende aspecten:

De juistheid en volledigheid van de bewijsstukken ter onderbouwing van de ontvangen bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen 1e en/of 2e jaar.

Het ongeoorloofd verzuim van leerlingen tussen de eerste schooldag augustus 2019 en de teldatum 1 oktober 2019.

De vergoeding Nederlands onderwijs aan andertaligen (NOAT).


Scholen hebben per brief aanwijzingen gekregen voor een goede voorbereiding van het onderzoek. Zij krijgen na afloop een conceptrapport waarop het bestuur een reactie kan geven. Bij het definitieve rapport kan de zienswijze van het bestuur eventueel in een bijlage worden opgenomen. Omdat bij het onderzoek persoonsgebonden leerlinggegevens zijn betrokken, wordt het rapport niet openbaar gemaakt.

‘Signaleringswaarde’ toont teveel eigen vermogen

‘Signaleringswaarde’ toont teveel eigen vermogen

Hoeveel eigen vermogen heeft een onderwijsbestuur nodig? Daarvoor heeft de Inspectie van het Onderwijs een formule ontwikkeld. Uit de nieuwe de signaleringswaarde blijkt of instellingen mogelijk bovenmatig (publiek) eigen vermogen hebben. Zodra het (publieke) eigen vermogen van een bestuur boven de signaleringswaarde uitkomt, is dit volgens de inspectie een indicatie dat het bestuur mogelijk teveel eigen vermogen ongebruikt laat. Daarom moeten schoolbesturen zich vanaf verslagjaar 2020 hierover verantwoorden in het jaarverslag.

Volgens de inspectie laten vooral besturen in het primair- en voortgezet onderwijs veel eigen vermogen ongebruikt. Schoolbesturen moeten volgens haar een goed beeld geven van het verhaal achter de cijfers: niet alleen naar de overheid, maar juist ook naar toezichthouders, medezeggenschapsraden, leerlingen en ouders. Zo kan iedereen zien dat het bestuur het geld op de juiste manier inzet voor het onderwijs en dat het niet onnodig ongebruikt blijft.

De inspectie gaat samen met schoolbesturen werken aan het verbeteren van de verantwoording over de reserves van schoolbesturen. Dat gebeurt op de volgende manieren:
● De inspectie stuurt ieder najaar een brief aan schoolbesturen die met hun reserve boven de signaleringswaarde uitkomen. In de brief vraagt de inspectie het bestuur om samen met de interne toezichthouder en medezeggenschapsraad na te gaan welk deel van het eigen vermogen op welke wijze aangewend kan worden voor het onderwijs.
● Vanaf verslagjaar 2020 moeten schoolbesturen de hoogte van hun reserves verantwoorden in het jaarverslag. Dit gebeurt aan de hand van de signaleringswaarde. Vanaf verslagjaar 2021 is de signaleringswaarde opgenomen in het portaal XBRL.
● Het ministerie van OCW vereenvoudigt de bekostigingssystematiek en de communicatie hierover. Daardoor worden de inkomsten voorspelbaarder en wordt het minder noodzakelijk om reserves aan te houden en gemakkelijker om gericht geld te investeren.
● De PO-Raad en VO-raad ontwikkelen een benchmark voor besturen in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee gegevens -waaronder de omvang van de reserve- tussen verschillende scholen vergeleken worden. Het doel hiervan is om binnen de sector meer van elkaar te leren.
● Het is zonde als het geld dat de overheid in scholen investeert ongebruikt blijft. In de komende jaren doet het ministerie van OCW daarom onderzoek naar de mogelijkheden om te handhaven als een schoolbestuur de reserves niet kan verantwoorden of deze niet met een duidelijk doel afbouwt.

Als uw schoolbestuur volgens de nieuwe signaleringswaarde mogelijk te veel eigen vermogen heeft, ontvangt uw bestuur dit najaar hierover een brief van de inspectie. Hierin staat wat de inspectie van u verwacht. In deze Kamerbrief staat meer informatie over de signaleringswaarde.

Onderwijsaccountantsprotocol is beschikbaar, maar roept bij de accountants vragen op

Onderwijsaccountantsprotocol is beschikbaar, maar roept bij de accountants vragen op

Van het Onderwijsaccountantsprotocol 2020 is inmiddels een voorlopige versie beschikbaar. Deze versie roept bij de accountants van Horlings vragen op, met name waar het gaat om de Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG’s). Deze moeten volgens de nu gepubliceerde versie ‘tijdig’ worden overlegd, maar wat dit concreet inhoudt, wordt niet duidelijk. Wij pleiten dan ook voor het weglaten van dit vereiste uit het protocol.
Het protocol formuleert de volgende eisen aan een VOG:
• De VOG dient gesteld te zijn aan de nieuwe werknemer;
• Een VOG mag maximaal 6 maanden oud zijn (bij overblijfmedewerkers 2 maanden);
• De werknemer moet altijd een originele, geldige VOG aan de werkgever tonen. Een kopie is geen geldige VOG;
• De VOG dient aangevraagd en uitgegeven te zijn voor de juist (onderwijs)functie.
• De VOG dient tijdig overlegd te zijn door de nieuwe werknemer.
Tijdens het zomeroverleg hebben wij als accountants ervoor gepleit om het begrip ‘tijdig’ uit het protocol weg te laten. Nu dit wel in de voorlopige versie staat, zullen wij de tijdigheid mee moeten nemen tijdens de interimcontroles van 2020.
Mocht het begrip ‘tijdig’ ook in de definitieve versie van het Onderwijsaccountantsprotocol 2020 blijven staan, dan vinden wij dat dit concreet moet worden wordt ingevuld. Is ‘tijdig’ het moment waarop iemand voor de klas staat, of het moment waarop iemand wordt aangesteld volgens de loonadministratie? De wet biedt ons inziens aanknopingspunten voor beide opties.
De bijgestelde versie van het protocol, dat op 14 december 2020 beschikbaar wordt gesteld aan het onderwijsveld, wordt vervolgens als ministeriële regeling gepubliceerd in de Staatscourant.

Subsidie voor wegwerken ‘corona-achterstand’

Subsidie voor wegwerken ‘corona-achterstand’

Het kabinet investeert bijna €500 miljoen extra in het onderwijs vanwege de coronacrisis. Hiervan wordt €244 miljoen geïnvesteerd in voorschoolse educatie, primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs om extra ondersteuning te bieden aan kinderen, leerlingen en studenten die dat vanwege de coronacrisis nodig hebben.
De Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020 -2021 is bedoeld voor het organiseren van deze programma’s in de periode van de zomervakantie 2020 tot aan de zomervakantie 2021. Deze programma’s moeten worden aangeboden op facultatieve basis naast het reguliere onderwijsprogramma. Leerlingen en studenten kunnen zo extra ondersteuning krijgen vanwege leer- en ontwikkelachterstanden of studievertraging die is veroorzaakt door de coronacrisis.
De subsidieaanvragen voor het eerste tijdvak kunnen nu al worden ingediend. Een uitgebreide Q&A over de mogelijkheden en voorwaarden van de subsidieregeling is te vinden op de website van de rijksoverheid.
Ook voor aanbieders van voorschoolse educatie is subsidie beschikbaar voor het bieden van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Hierover is ook meer informatie te vinden op de genoemde website.

‘Eerste Kamer, schaf de fusietoets af’

‘Eerste Kamer, schaf de fusietoets af’

De PO-Raad en VO-raad vragen de Eerste Kamer om in te stemmen met het wetsvoorstel om de fusietoets af te schaffen. Zij verwachten dat de leerlingendaling de komende jaren nog verder zal doorzetten. Een fusie is soms onvermijdelijk, maar door de hieraan verbonden bureaucratische rompslomp zien besturen vaak van deze oplossing af, aldus de raden in hun brief aan de Senaat.
Veel scholen in het primair en voortgezet onderwijs ervaren de gevolgen van krimp. Vaak is een samenwerking tussen scholen en schoolbesturen de weg naar een oplossing. ‘Een fusie tussen scholen of schoolbesturen kan noodzakelijk zijn om een divers en hoogwaardig onderwijsaanbod in de regio in stand te kunnen houden’, schrijven de PO-Raad en VO-raad aan de Senaat. Zij vinden de fusietoets een ‘bureaucratisch blok aan het been van het zeer kleinschalig georganiseerde funderend onderwijs’.
De Wet Medezeggenschap biedt volgens de sectororganisaties al genoeg mogelijkheden om een geplande fusie te toetsen. De medezeggenschapsraad van een school heeft instemmingsrecht over de fusie tussen scholen en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad over de fusie tussen schoolbesturen.
Sinds augustus 2018 geldt er een lichtere procedurele toets. Als de Eerste Kamer niet instemt met het wetsvoorstel, moeten scholen en schoolbesturen die willen fuseren weer terug naar de complexe fusietoets.